Categorie: Nieuws

Collegetour Plastic voor Dummies

Op donderdag 16 april vond de collegetour plastic voor Dummies plaats. De tour was een samenwerking van NHL Stenden met Green PAC en Drenthe College met DC Tech. Voor de tour waren verschillende stakeholders van beide scholen en hun initiatieven uitgenodigd.

 

De schoolbanken in
De tour startte met een college dat werd gegeven door NHL Stenden lector duurzame kunststoffen Jan Jager. In zijn college nam hij de deelnemers mee in de wereld van de plastics en verhelderde dat er al veel innovatie plaats vindt in de transitie naar bioplastics. Wel schetste hij een beeld waarin duidelijk werd dat we nog maar aan het begin staan van deze omslag. De wereld heeft nog een behoorlijke opgave om al het plastic op een andere manier te gaan produceren.

 

Kunststoflab en fabriekshal DC Tech
Het college werd opgevolgd door lunch en rondleiding langs het Kunststoffenlab van NHL Stenden en de grote fabriekshal van DC Tech. Hier werd ook stilgestaan bij de samenwerking die beide scholen steeds intensiever voeren. Het was dan ook prachtig om te zien dat het HBO (NHL Stenden/Green PAC) en het MBO (Drenthe College/DC Tech) inmiddels verschillende projecten samen oppakken. Henk Lukken, programmamanager van DC Tech benadrukte dit dan ook tijdens de rondleiding in de hal van DC Tech.

 

De medewerker van de toekomst
Voor de collegetour waren een aantal belangrijke stakeholders van beide scholen uitgenodigd. Denk daarbij aan de provincie Drenthe, gemeente Emmen en een aantal betrokken bedrijven. De collegetour gaf hen een heldere kijk op het werk dat NHL Stenden en Drenthe College momenteel doen in Drenthe en hoe ze bijdragen aan het op peil houden van een gezonde arbeidsethos voor de regio. Vandaar ook dat tijdens de tour meerdere malen werd benadrukt dat de samenwerking met bedrijven uit de regio de sleutel is tot het succes voor het goed kunnen opleiden van de medewerkers van de toekomst.

Categories: Nieuws

Chemport Europe speelt belangrijke rol in behalen klimaatdoelen Parijs

Onlangs presenteerde de Vereniging Nederlandse Chemie Industrie (VNCI) het rapport ‘Chemistry for Climate – Acting on the need for speed’. Deze routekaart geeft antwoord op de vraag hoe de Nederlandse chemische industrie kan bijdragen om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terug te dringen. Volgens de routekaart zal de sector zich daarin niet alleen moeten richten op de korte termijn, maar is juist de lange termijn van belang. Zo moet nu al volop geïnvesteerd worden in het ontwikkelen van technologieën die nog niet rendabel zijn, maar wel nodig om dit doel te halen. Chemport Europe, met de clusters Chemport Emmen en -Delfzijl, ziet daarin een belangrijke rol weggelegd.

 

Zoals de routekaart van de VNCI stelt is het technisch mogelijk om de uitstoot in 2050 met 80-95% te verminderen. De echte uitdaging zit hem in de financiën, organisatie en samenwerking om dit doel te halen. De clusters, Chemport Emmen en -Delfzijl bieden kansen. In beide clusters wordt al hard gewerkt aan de uitwerking van concrete plannen.

 

Chemport Europe: Changing the nature of Chemistry

Sinds 2017 is Chemport Europe in het leven geroepen als herkenbaar vignet voor de noordelijke chemische industrie. Noord-Nederland maakt daarmee een stap in de zichtbaarheid en herkenbaarheid als belangrijk chemiecluster voor Nederland en daarbuiten. Juist door de bundeling van de krachten van Emmen en Delfzijl neemt het noorden een sterke positie in op het landelijke, Europese en mondiale speelveld. Bovendien biedt het de mogelijkheid om de samenwerking tussen Emmen en Delfzijl te bevorderen en gezamenlijk te investeren in het uitwerken van een economisch gezonde regio.

 

Chemport Delfzijl

De ambities voor Chemport Delfzijl zijn hoog. Zo ligt er een ambitie om de groenste haven van Europa te worden. Om dat te doen is het wel noodzakelijk dat het huidige economische systeem in het gebied rigoureus wordt aangepakt. Inmiddels is hiervoor door de verschillende partijen in het gebied een  industrieagenda gemaakt. Daarnaast is Groningen Seaports onlangs project ZERO gestart. Samen met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties in het gebied wordt gekeken hoe Chemport Delfzijl kan bijdragen om de CO2 doelstelling te halen. De volgende stap is een uitvoeringsstrategie waarmee Chemport Delfzijl concreet aan de slag kan om de transitie naar 80-95% minder uitstoot vorm te geven. De inzet is gericht op verschillende sporen: keten-efficiëntie, vergroening van grondstoffen, elektrificatie en innovatieve energieoplossingen, waaronder waterstof.

 

Chemport Emmen

De ambities voor Chemport Emmen zijn eveneens hoog. Zo wil de regio uitgroeien tot een belangrijke speler in Europa waar het gaat om de productie van vernieuwde groene kunststofproducten en halffabricaten. Van onbeperkt herbruikbare fles tot 100% recyclebaar tapijt. Ook hier geldt dat er veel moet worden aangepakt wil de regio bijdragen aan het behalen van de gewenste CO2 reductie. Helemaal met in het achterhoofd het idee dat de vraag naar kunststoffen de komende jaren alleen maar verder stijgt. Kortom een dubbele uitdaging. Enerzijds stijgt de vraag van de industrie in dit cluster naar, nu nog vaak, fossiele grondstoffen en anderzijds moet gezocht worden naar nieuwe manieren van produceren. Huidige processen zullen in veel gevallen niet geschikt zijn voor de omslag naar het gebruik van duurzame grondstoffen. Voor de regionale industrie betekent dit, naast het zoeken naar nieuwe manieren om te blijven produceren, investeren in productiemethoden die minder belastend zijn voor milieu en klimaat. De regio is zich daar zeker van bewust en ondernemers, kennisinstellingen en overheden werken intensief samen om de omslag te maken. En met succes. Zo is het Emmtec Industry & Businesspark in Emmen landelijk uitgeroepen tot centrum voor innovatie rond chemie, hebben bedrijven zich verenigd binnen het bedrijvennetwerk SUSPACC, werken ondernemers samen met regionale kennisinstellingen aan toegepast onderzoek (HBO) binnen het initiatief Green PAC én wordt de aanwas van human capital geborgd binnen DC Tech (MBO), het duurzame centrum voor groene chemie.

 

Kortom de bundeling van krachten in het noorden onder de vlag van Chemport Europe versterkt de clusters Emmen en Delfzijl en maakt een noordelijke vuist die in lijn is met de doelen en ambities uit de Routekaart.

 

Categories: Nieuws

Chemport Emmen aangesloten bij Federatie Bio-economie Nederland

Sinds kort is Chemport Emmen aangesloten bij de Federatie Bio-economie Nederland. Deze organisatie verenigd meerdere sectoren binnen de bio-economie: van land- en bosbouw, de mariene sector, voedsel, papier en energie tot chemie en materialen. Doel van de federatie is om de transitie naar een bio-economie te versnellen.

 

De federatie is opgericht door Roel Bol, oprichter en oud-directeur programmadirectie Biobased Economy bij de Rijksoverheid, en Dorette Corbey, oud voorzitter van de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (Commissie Corbey). Met de oprichting willen de oprichters een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar een low carbon bio-economie.

 

Om dit te bereiken zet de federatie in op het creëren van een beter investeringsklimaat voor een duurzame bio-economie. Zo geeft de federatie gevraagd en ongevraagd advies aan de overheid, organiseren ze bijeenkomsten rond actuele thema’s, brengen ze bedrijven en kennisinstellingen uit verschillende sectoren bij elkaar, bundelen en verspreiden ze kennis, vergroten ze het maatschappelijk vertrouwen in de bio-economie en dragen ze bij aan het creëren van de juiste voorwaarden om markten voor biobased producten te ontwikkelen.

 

Meer informatie over de federatie is te vinden op de website www.bio-economie.nl

Categories: Nieuws

Cumapol uit Emmen wint landelijke innovatie award

Iedere dag worden duizenden producten uit rubber en kunststoffen gemaakt, van autoband tot zeilschip. Een wereld zonder is ondenkbaar. Want bedrijven in de rubber- en kunststofsector leveren een grote variatie aan onderdelen, modules en eindproducten die onmisbaar zijn voor toepassingen in de industrie en handel, bouwnijverheid, verpakkingsindustrie en consumentenproducten. De Federatie Nederlandse Rubber– en Kunststofindustrie (NRK) behartigt de belangen van zo’n 450 bedrijven geclusterd in 19 brancheverenigingen. Ze werken aan een gezond klimaat voor de maakindustrie en stimuleren concurrentiekracht, innovatie en kennisoverdracht, scholing en vakopleiding, een beter milieu en recycling. De leden ondernemen duurzaam met oog voor people, planet, profit en polymeren.

 

Een nieuwe kijk op kunststof
In januari 2017 is Rethink gelanceerd. Met deze nieuwe kijk op kunststof en rubber zet de Nederlandse kunststof- en rubberindustrie een helder beeld neer van de industrie en de actieve rol die het speelt binnen Nederland en de verduurzaming van onze samenleving. In Rethink trekken NRK, PlasticsEurope Nederland en de lidbedrijven in de branche samen op. De leden maken bijzondere en waardevolle producten en zien het als hun taak om dat op een duurzame en efficiënte manier te doen. Een van de manieren om dit te laten zien is de ‘NRK duurzame producten innovatie Award’ die op 7 maart werd uitgereikt tijdens de avond van de Maakindustrie. Er waren Awards te winnen in de volgende categorieën: Consumentenproduct, B2B en Bouw&Infra. Een deskundige jury heeft de genomineerden beoordeeld op basis van de vier fasen van het product (grondstoffen, productie, gebruik, hergebruik/recycling). Cumapol en Niaga wonnen de Award in de categorie B2B met hun Circulaire rPET tapijt (zie filmpje).

 

Samenwerking tussen Cumapol en Niaga
DSM-Niaga (een spiegelwoord voor Again) ontwikkelde een tapijttegel die volgens een hele nieuwe methode wordt gemaakt. Het nieuwe tapijt bestaat uit alleen maar Polyester, alle lagen, de tapijtrug, de lijm en de bovenkant, zijn gemaakt van dit materiaal. Hierdoor is het tapijt als mono materiaal te recyclen. De grondstof voor het tapijt kan gemaakt worden van post consumer PET flessen, maar het tapijt zelf kan ook weer gerecycled worden tot een waardevolle grondstof voor weer nieuw tapijt. Cumapol heeft tijdens de samenwerking met Niaga de recyclebaarheid onderzocht, verder ontwikkeld en gerecyclede polyesterkorrels teruggeleverd. Van PET fles naar tapijt en van tapijt terug naar tapijt. Het is een vernieuwende manier van recyclen, doordat nu het gehele gebruikte tapijt of de tapijttegel opnieuw benut kan worden.

 

Cumapol kan flakes van PET flessen mechanisch recyclen tot Custom Made Polyesters. Met behulp van mechanische recycling kan ook het tapijt gerecycled worden voor zwarte toepassingen (onderlaag en bijvoorbeeld autotapijt). DSM-Niaga en Cumapol werken sinds kort gezamenlijk aan de ontwikkeling van een chemisch recycling proces waarmee het ontkleuren van afvalmaterialen, waaronder tapijt, mogelijk gemaakt kan worden. Het uiteindelijke doel is duidelijk: een gesloten keten van Polyester tapijt dat keer op keer kan worden gerecycled. Niels Hoffard, R&D Manager vertelt: ”Deze Award is een enorme opsteker en laat zien dat Cumapol op de goede weg is om de Polyester keten volledig circulair te krijgen.”

Categories: Nieuws

VNCI: Alle partijen nodig om CO2-ambities te realiseren

Om als chemische industrie succesvol bij te dragen aan de enorme uitdaging om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95 procent terug te brengen, zijn nu investeringen nodig. De sector kan zich daarbij niet alleen richten op de korte termijn maar moet ook nu al volop inzetten op de doorontwikkeling van de technologieën die nodig zijn voor 2050 maar nu nog niet rendabel zijn. Een internationaal competitief speelveld en samenwerking met de overheid zijn hierin cruciaal. Dit is de belangrijkste conclusie uit de Routekaart 2050 ‘Chemistry for Climate’, die de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) op 7 maart 2018 heeft gepresenteerd. Zie verder onderstaand filmpje.

Categories: Nieuws

NHL Stenden laat toekomst zien van duurzaam 3D printen

Research lecturer Vincent Voet heeft het afgelopen jaar samen met het onderzoeksteam van het lectoraat Duurzame Kunststoffen van NHL Stenden Hogeschool Emmen nieuwe duurzame materialen ontwikkeld die kunnen dienen als inkt voor 3D printers. De publicatie die Voet hierover schreef is uitgebracht door The American Chemical Society in het vooraanstaande tijdschrift ACS Omega. Voet: ‘We hebben hard gewerkt aan het onderzoek en zijn er trots op dat we met ons onderzoek bijdragen aan een duurzame toekomst.’

Duurzaam 3D-printen
The American Chemical Society is de toonaangevende uitgever van internationale publicaties op het gebied van de chemische wetenschap. Het artikel is de eerste wetenschappelijke publicatie voor NHL Stenden. Voet: “We hebben duurzaam hars ontwikkeld op basis van hernieuwbare grondstoffen. Onder invloed van uv-licht kan het hars in een 3D-printer uitharden tot kunststof. De innovatieve inkt kan worden geproduceerd tegen een competitieve kostprijs. Met deze ontwikkeling komt het gebruik van duurzame materialen in 3D-printen een stap dichterbij.”

Onderwijs
De ontwikkeling van duurzame kunststoffen is een speerpunt van de technische opleidingen in Emmen. Studenten van onder andere Chemie, Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek en Werktuigbouwkunde werken tijdens hun opleiding regelmatig met deze innovatieve materialen. Omdat duurzaamheid een steeds belangrijker onderwerp in de technische sector is, kiezen veel studenten ervoor om zich hierin verder te specialiseren. Zo is een student van de opleiding Chemie afgestudeerd op dit onderzoek.

Partners
Het onderzoek dat Voet heeft uitgevoerd deed hij niet alleen. “Deze publicatie is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen het lectoraat Duurzame Kunststoffen van NHL Stenden, de onderzoekgroep Macromolecular Chemistry and New Polymeric Materials van de Rijksuniversiteit Groningen, KNN Bioplastic en SymbioShape.” Het project is medegefinancierd door de provincie Friesland vanuit het Fryslân Fernijt programma.

De publicatie is openbaar en te lezen op de website van ACS Omega (https://pubs.acs.org/doi/pdf/10.1021/acsomega.7b01648)

Categories: Nieuws, Nieuws SUSPACC

Prespectiefvolle samenwerking met Brandenburg

Emmen/Brandenburg -Voor het versterken van de groene chemie en de Biobased Economy in onze regio zijn internationale betrekkingen cruciaal. Emmen werkt sinds enige tijd actief aan nauwe samenwerkingsverbanden met het cluster Plastics and Chemicals in Brandenburg, Duitsland. In april 2017 zijn de eerste contacten gelegd op het 2de Biobased Economy congres in Potsdam. Tijdens dat congres heeft Cor Kamminga (zie foto) namens de Taskforce Groene Chemie/BBE de ontwikkelingen en perspectieven in Emmen en de DutchTechzone gepresenteerd.

In januari 2018 is hieraan een vervolg gegeven door een bezoek van Roel Folkersma, Pieter Faber (lobbyist bij de EU namens vier Noordelijke gemeenten) en Cor Kamminga aan Potsdam. Doelstelling van dat bezoek was het schetsen en voorbereiden van een meer strategisch programma gericht op perspectiefvolle samenwerking. In dat programma is een cruciale rol weggelegd voor het bedrijfsleven van beide zijden. Met de directie van het Plastics and Chemicals cluster is hier in een actieve sessie een concrete aanzet toe gegeven. De Duitse partners pakken dit nu verder op. Zij komen op korte termijn met een uitgewerkt programma; zo mogelijk nog uit te voeren voor de zomer van 2018 Hierin wordt ook DutchTechzone meegenomen.

Een ander onderdeel van het recente bezoek was het leggen van contacten met het Fraunhofer-Institut für Angewandte Polymerforschung IAP in Potsdam. Er is daar uitgebreid gesproken met de directie. De verwachting is dat Frauenhofer een voorname rol gaat spelen in het eerder genoemde programma dat nu in ontwikkeling is.

Al met al een intensief bezoek waar we als regio absoluut mee verder kunnen.

Voor meer informatie neem contact op met Roel Folkersma

Categories: Nieuws, Nieuws SUSPACC

SPIC: innovatie broodnodig voor plasticsindustrie

Het SPIC (Sustainable Polymer Innovation Cluster) in Emmen richt zich op duurzamere polymeren. Dat kunnen zowel fossiele plastics zijn die worden gerecycled als biopolymeren. ‘Innovatie is broodnodig voor de Nederlandse kunststofindustrie. Prijsconcurrentie is vrijwel geen optie.’

Gerard Nijhoving, directeur van Senbis Polymer Innovations, ziet het SPIC in eerste instantie als een bundeling van hardware – labapparatuur, machines – die de SPIC-partners in Emmen in hun bezit hebben. Het initiatief wordt opgezet door de oprichters Senbis, Morssinkhof en Cumapol, maar zoekt aansluiting met meerdere partijen.

‘Het mooie is dat we een groot deel van het complete R&D-traject in thermoplasten (o.a. PET, PBS, PEF, PA, PHA, PP, PE, PLA) afdekken. Deze focus heeft vanzelfsprekend te maken met de expertise die de drie partners hebben opgebouwd. We richten ons op thermoplasten. Binnen deze groep ligt de focus op een drietal processen: polycondensatie, het spinnen van multifilamenten en 3D-printen.’

Innovatie is volgens Nijhoving hard nodig om aan de prijsdruk in de kunststoffenmarkt te ontsnappen. 3D-print-technologie is zo’n ‘ontsnappingsluik’. ‘Het is een revolutionaire techniek die veelbelovend is voor industriële toepassingen. Grote bedrijven als BASF zien er daarom ook brood in, vandaar dat deze multinational het Emmense bedrijf Innofil3D heeft overgenomen. Er is wel nog verder onderzoek nodig om de kwaliteit van 3D-geprinte kunststoffen te verbeteren. Qua materiaaleigenschappen voldoen deze momenteel nog niet aan de norm. Binnen het SPIC kunnen we een bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit.’

Lees verder het uitgebreide artikel op Agro & Chemie.

Categories: Nieuws, Nieuws SUSPACC

Studenten in Emmen gaan onderzoeken welke plasticsoorten kunnen worden gerecycled tot badkamer- en keukentegels

NHL Stenden (hbo) en Drenthe College (mbo) zijn hiervoor een samenwerking aangegaan met het bedrijf New Marble in Leeuwarden. Deze startup maakt op marmer gelijkende tegels van gebruikte pet-flessen, maar wil ook graag aan de slag met moeilijk te verwerken plasticsoorten.

‘Er wordt een innovatielab ingericht waar studenten onderzoek doen naar verwerkingsmogelijkheden voor de moeilijk te recyclen plasticsoorten. Dat is een zeer urgent probleem, want een groot gedeelte wordt nog altijd verbrand’, zegt Daan Levy, directeur van New Marble. Als voorbeeld noemt hij de ‘vleesschalen’, de plastic bakjes waarin supermarkten rauw vlees verpakken. ‘Die zijn moeilijk te verwerken, maar hebben in onze ogen wel degelijk kansen. Samen met studenten gaan we kijken wat we eruit kunnen halen.’
Kortom, zo zegt Levy, het probleem van nu moet worden vertaald naar kansen voor morgen. ‘En dat doen mbo’ers samen met hbo’ers. Door deze studenten te laten samenwerken met elkaar en met het bedrijfsleven, hopen we hen enthousiast te maken voor een baan in de techniek. En in het bijzonder natuurlijk een baan in de circulaire plastic-industrie.’
De opdracht die de scholen krijgen, is geen kleine, weet ook Levy. ‘Er zijn 250 verschillende soorten plastic, die allemaal weer een eigen ingewikkelde samenstelling hebben. Aan de studenten de taak van welke soorten wij tegels kunnen maken. We hebben het hier wel over volumes, dus er moet voldoende gebruikt plastic van die bepaalde soort voorhanden zijn. Aan de andere kant moet ons product voldoen aan alle bouwnormen en -voorschriften in heel Europa.’

New Marble heeft bescheiden productielocaties in Deventer en Leiden. Het Friese bedrijf wil in de toekomst tegels produceren op de plekken waar het afval ontstaat, om zodoende zo min mogelijk transportbewegingen te hebben. ‘Dat deze manier van hergebruik een grote vlucht neemt, daar twijfel ik niet aan. Het grootste probleem is nu nog het bewustzijn, zowel van consumenten als van producenten. Alleen nog herbruikbare plasticsoorten gebruiken en die dan ook scheiden, zodat er daadwerkelijk nieuwe grondstoffen van kunnen worden gemaakt. Het verschil maak je samen.
Een samenwerking als deze is precies wat Henk Lukken, manager en enthousiaste aanjager van DC Tech, voor ogen heeft. Om de duurzaamheidstechneuten van de toekomst klaar te stomen, moet er een kruisbestuiving met het bedrijfsleven zijn. ‘Als je het onderwijs koppelt aan iets dat de leerlingen raakt, ontstaat er passie en willen ze het graag doen.’

BRON: Dagblad van het Noorden
Tekst: Jon van Schilt

Categories: Nieuws

Pilot beschoeiing hergebruikt en biobased materiaal

De provincie Drenthe werkt mee aan een pilot voor het toepassen van alternatief materiaal voor oeverbeschoeiing. Dit materiaal is gemaakt van restmateriaal van auto’s, zoals gerecyclede kunststoffen van onder andere bumpers.

De palen die voor de beschoeiing nodig zijn worden gemaakt van biobased materiaal. Het gaat om 30 meter beschoeiing die geplaatst is in een watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Deze ligt langs het fietspad aan de provinciale weg N371 bij Geeuwenbrug.

Circulaire economie
De provincie Drenthe streeft ernaar zoveel mogelijk duurzame materialen toe te passen en is graag bereid om mee te werken aan een  pilot die mogelijk resulteert in een nieuw materiaal dat zij kan gebruiken bij onderhoud van haar vaarwegen. Dat past in de visie van het college om een toekomstgerichte, groene economie te bevorderen.

Restmaterialen auto’s
Auto Recycling Nederland (ARN) uit Tiel is gespecialiseerd in hergebruik van materialen afkomstig van auto’s. Streven is om al het materiaal uit auto’s te hergebruiken. Toch blijft er ongeveer 5% restproduct over. Om dit ook te kunnen hergebruiken, heeft ARN een product ontwikkeld, samen met een producent van dikwandige kunststofproducten, dat nu ook toegepast wordt in de vorm van oeverbeschoeiing. Voor toepassing langs de Drentse vaarwegen moet het product nog aangepast worden aan de afmetingen die hiervoor nodig zijn.

25 bomen
Deze kunststof oeverbeschoeiing is rotvrij en heeft daardoor een veel langere levensduur dan hardhout. Het materiaal van deze beschoeiing is verschillende malen opnieuw recyclebaar. Ten opzichte van het gebruik van hardhout is de milieuwinst aanzienlijk. Per kilometer oeverbeschoeiing wordt de houtkap van 25 bomen en de uitstoot van 22 ton CO2 vermeden.

Biobased palen
De palen die nodig zijn bij het maken van de beschoeiing zijn gemaakt van zogenaamde biocomposiet. Dit bestaat uit bermgras afkomstig uit Drenthe, dat opgewerkt wordt tot korrels (pellets) die samen met biologische hars tot een zeer stevige constructiepaal worden geperst. Dit product is in Drenthe ontwikkeld door een samenwerking van Waterschap Reest en Wieden (nu WDOD), MillvisionStenden Hogeschool en Syntens/KvK. Het gaat nog om een proef, die 2 jaar loopt, ook op een waterweg van het WDOD bij Orvelte. Tijdens de pilot wordt bijgehouden hoe de beide materialen zich gedragen in de toepassing als oeverbeschoeiing. Het materiaal wordt op verschillende eigenschappen getest, zoals sterkte, duurzaamheid en gevoeligheid voor aantasting door organismen. Uiteindelijk is het doel dat het een goede vervanger wordt voor hardhout, met een vergelijkbare prijs-kwaliteitverhouding.

 

Bron: Agro & Chemie

 

Categories: Nieuws
nl_NLDutch
en_USEnglish nl_NLDutch